DE MYTHE VAN DE APPELSCHASTER BOSBERG?

Door Historische Vereniging Appelscha
21 juni 2017

In Appelscha doet sinds jaar en dag een oud volksverhaal de ronde. Leden van de historische vereniging vertellen het nog steeds. De welbekende Bosberg in Appelscha, met 26,6 meter het hoogste punt op het Friese vaste land, zou zijn ontstaan doordat een oude eik is ondergestoven. Alleen de kruin van de boom bleef het natuurgeweld bespaard. De diverse stammen die nu uit de top van de Bosberg naar de hemel reiken zijn volgens het verhaal geen gewone bomen. Het is de kruin van de ondergestoven eik! De Bosberg of Eikberg?De bomen op de Appelschaster Bosberg waren de afgelopen maanden ‘hot news’. Het onderwerp haalde de landelijke pers en zelfs bij onze zuiderburen werd er melding van gemaakt. Aanleiding vormde de geplande bouw van een nieuwe uitkijktoren door de gemeente Ooststellingwerf 

Nadat de Historische Vereniging Appelscha hun zorgen kenbaar maakte, gaf diezelfde gemeente Boom-KCB de opdracht voor nader onderzoek. Hun voorlopige resultaten spreken tot de verbeelding. Maar daarover straks meer.Terug naar het volksverhaal. Al in het midden van de negentiende eeuw maakte de grondlegger van de Nederlandse geologie (W. Staring) melding van het fenomeen. Een van de hoogste, thans geheel met dennen en berken beplante heuvelen, is hier, naar men wil, ontstaan door het onderstuiven van eenen aanzienlijke eik.[1] Maar wat is hier dan zo bijzonder aan zult u zich misschien afvragen? In Nederland zijn vaker overstoven bomen aangetroffen, bijvoorbeeld op de Veluwe. Hier maakten de eikenbomen vlak onder de oppervlakte nieuwe wortels aan. Dit gebeurde telkens weer wanneer nieuw stuifzand werd afgezet, de eik ‘groeide’ mee met de stuifduin. Uit het onderzoek van Boom-KCB blijkt echter dat de stammen in de Bosberg slechts minimale wortelaanzet vertonen. Zelfs tot anderhalve meter diepte zijn amper wortels aangetroffen.[2] Desondanks was de stam op deze diepte onder het maaiveld nog wel springlevend.
 

Stuifzanden: het ontstaan van het Aekingerzand

Waarom nu dit verhaal? Welnu, het nieuws van de Bosberg is zoals gezegd ook in België terecht gekomen. Aangezien grootschalige stuifzandgebieden daar ontbreken wilden een aantal deskundigen graag op excursie naar Appelscha. Op hun verzoek is een kort programma opgesteld en is mij gevraagd om de landschapsontwikkeling van de Bosberg in een breder perspectief te plaatsen. De omgeving van Appelscha maakt immers onderdeel uit van mijn onderzoeksgebied. Omdat het verhaal mij zo intrigeerde besloot ik er dit blog aan te wijden. De ontstaansgeschiedenis van de Bosberg is namelijk nauw verbonden met het ontstaan van het Aekingerzand.

Anders dan vandaag de dag strekte dit stuifzandgebied zich in het begin van de negentiende eeuw nog uit van Diever tot Appelscha. Het ontstaan van de zandverstuiving heeft zowel een natuurlijke als een culturele oorzaak. Ter plaatse was de bodem erg verdrogingsgevoelig door het ontbreken van of de diepe ligging van de slecht waterdoorlaatbare keileemlaag. Door de middeleeuwse veenontginningen in de omgeving van Appelscha trad veenoxidatie op. Het maaiveld daalde waardoor ook de grondwaterspiegel daalde, niet alleen in de beekdalen, maar ook in aangrenzende gebieden zoals het Aekingerzand. Deze daling van de grondwaterstand versnelde toen in de 17e tot en met 19e eeuw het Smilder-, Appelschaster-, Fochtelooër- en Haulerveen werden afgegraven ten behoeve van de turfwinning. Door intensief gebruikt van het landschap konden nu gemakkelijk verstuivingen optreden in het verdrogingsgevoelige Aekingerzand. Bijvoorbeeld door het maaien of plaggen van de met gras bewassen heide, het (over)begrazen van de heide met schapen, of door schade aan vegetatie van passerende karren (karresporen).

Helaas is het verstuivingsproces nooit goed gedateerd. Stuifzanden zijn van alle tijden. In Nederland kennen we ze uit de bronstijd, het neolithicum en de vroege middeleeuwen. In de late middeleeuwen zien we echter een enorme toename. Misschien dat ook het Aekingerzand is ontstaan in deze periode. Recentelijk hebben studenten van de Wageningen Universiteit de afzettingsgenese van het stuifzand proberen te dateren (OSL-datering). Hun voorlopige dateringen, volgend jaar gaan ze ermee verder, tonen twee actieve fasen waarin zand is afgezet. De eerste fase ligt rond het jaar 1500 AD en de tweede fase heeft een bereik tussen 1790 AD – 1870 AD. Vooralsnog zijn er verspreid over het Aekingerzand meerdere meetlocaties nodig om de verstuiving en de verschillende actieve fasen nauwkeurig te dateren.

Van jager naar prooi

Wat weten we nu? Midden in het Aekingerzand zijn fasen waargenomen van zandverstuiving. De overheersende windrichting kwam vanuit het zuidwesten. Dit is af te leiden aan de vormen van het opgestoven zand. Helaas voor de inwoners van Appelscha stoof het zand precies in hun richting. Het is bekend dat het stuifzand enorme schade kon aanrichten. Hele nederzettingen raakten overstoven, gewas kon verloren gaan of het land verschraalde sterk. Het aanleggen van boswallen of heggen was een effectieve maatregel om het zand te keren. Zand werd ingevangen waardoor naar gelang van tijd een wal werd gevormd. Het is een vergelijkbaar proces zoals ik eerder beschreef voor de Veluwe. Verstopt in de bossen zijn deze stuifduinen goed terug te vinden rondom de vroegere akkercomplexen. Feitelijk kregen de boeren een koekje van eigen deeg. In plaats van offensief maatregelen tegen de natuur te nemen moesten de inwoners nu defensieve strategieën ontplooien.

Is de Bosberg dan ontstaan als een defensieve maatregel tegen de zandverstuiving? Het lijkt mij onwaarschijnlijk. Boom-KCB heeft DNA-onderzoek uit laten voeren naar de verschillende stammen. Indien de stammen over hetzelfde DNA beschikken is de kans groot dat het om één ondergestoven solitaire eik gaat. De boom moet dan al een hoge ouderdom hebben bereikt vóórdat het zand begon te stuiven. Maar hoe oud is de Bosberg dan? Op een kaart van Ooststellingwerf in de Schotanus atlas uit 1664 staan al Sand Duynen aangegeven. De Bosberg zelf wordt voor het eerst in 1727 (Bosbargh) en later in 1767 (Bosberg) vermeld op twee verschillende historische manuscriptkaarten. Gezien de vermelding van zandduinen in 1664 zal de Bosberg er tegen het eind van de zeventiende eeuw wel geweest zijn. Zal de naam dan slaan op het ontstaan van een berg aan de rand van een vrij open bos?  Indien de berg er rond 1700 al was en de eik is in zijn geheel overstoven, dan is de boom al gauw zo’n 500 jaar oud!
 

Mythe blijkt werkelijkheid?

Berust het oude volksverhaal dan toch op waarheid? Het heeft er alle schijn van. Natuurlijk zijn tal van vragen nog onbeantwoord. De vraag of het gaat om één of meerdere bomen zal opgelost worden wanneer de resultaten van het DNA-onderzoek binnen zijn. Dan nog blijven er vragen over. Wortelde de boom van oorsprong in het maaiveld of stond de eik al op een oudere verhoging in het landschap? Is de boom in één of meerdere fasen ondergestoven? Zijn er in de omgeving nog meer van dit soort, kleinere, bergen bekend? Misschien dat in de komende jaren meer informatie kan worden vergaard over de Bosberg en het ontstaan van het Aekingerzand. De gemeente heeft namelijk grootse plannen voor Appelscha en de omliggende natuurgebieden het Drents-Friese Wold en het Fochterlooërveen. Het dorp moet weer een toeristische trekpleister worden. Een prachtige kans om iets te doen aan landschapshistorisch onderzoek. Besloten in het gevarieerde landschap ligt namelijk al een prachtig verhaal klaar!

Literatuur:

De bodem van Nederland. Deel I, W.H.C. Staring, 1856.

Boomberg. Onderzoek naar de oorsprong van 3 eikenstammen op de Bosberg (Boom-KCB). J.B. Sijtsma, 2016.

Eerder geschreven blogs door Historische Vereniging Appelscha

Nieuwjaarsbijeenkomst HVA

<p>Zaterdagmiddag 6 januari jl. hield de Historische Vereniging Appelscha haar nieuwjaarsbijeenkomst in de...

Historische Vereniging Appelscha op 06 jan
Digitale wandelroute Kale...